Plaagdieren
Insecten - Duitse kakkerlak
DUITSE KAKKERLAK
Blattella germanica L.
Uiterlijk
- Lichaamslengte 10 tot 15 mm. exclusief de antennes
- Strogeel tot lichtbruin van kleur met 2 zwarte lengtestrepen op de borstschild en lange antennes. Mannetjes zijn slanker en het achtereind van het achterlijf is niet geheel bedekt door vleugels.
- De larven (nimfen) hebben hetzelfde uiterlijk, maar zijn meestal donker van kleur en zijn ongevleugeld.
- De vrouwtjes dragen een eipakket aan hun achterlijf met zich mee. Deze is bleekbruin gegroefd van kleur en ca. 8 mm lang. Een eipakket bevat gemiddeld 30 eitjes.
 Algemeen
De Duitse kakkerlak is in Nederland de meest voorkomende kakkerlakkensoort.
De Duitse kakkerlak komt algemeen voor in de tropen, zowel buiten als in gebouwen. In de tropen zijn het de opruimers in de natuur. Ze worden door de internationale handelsverkeer van met name voedingsmiddelen makkelijk wereldwijd verspreid.
Ze worden makkelijk verspreid door meermalen gebruikte kisten, dozen, manden, containers en zelfs met bagage en door verhuizingen en transporten. Duitse kakkerlakken komen vooral voor in centraal verwarmde gebouwen, woningen, levensmiddelenbedrijven, bakkerijen, hotels, restaurants, ziekenhuizen, aan boord van schepen en op vuilnisstortplaatsen. Indien er grote populaties kakkerlakken op vuilstortplaatsen aanwezig zijn is de kans groot dat gebouwen in de omgeving 's zomers door kakkerlakken worden bezocht.
Leefwijze
Duitse kakkerlakken kunnen zich heel snel voortbewegen, zowel over het plafond, muren en andere (gladde) oppervlakken. Duitse kakkerlakken kunnen bij hoge temperaturen ook vliegen. Als Duitse kakkerlakken éénmaal binnen in een gebouw zijn, zoeken zij, (aangezien ze lichtschuw zijn) een warme, donkere en liefst vochtige schuilplaats. Een omgeving met een temperatuur tussen de 25 ºC en 32 ºC geniet de voorkeur en kunnen ze zich hierin snel voortplanten. Men vindt ze onder meer achter en onder keukenkastjes, onder de koelkast, wasbakken, verwarmingsapparatuur, in putjes, bij aquaria, naden/kieren en in leidingkokers bij warmwaterleidingen. Ze komen dus vooral in centraal verwarmde gebouwen en dan bij voorkeur in keukens en badkamers voor. Ook komen ze veel voor aan boord van schepen en op niet met een laag zand afgedekte vuilnisstortplaatsen. Het zijn alleseters met een voorkeur voor zoet, koolhydraten en vochtrijke voedingsmiddelen en afval. Ze eten echter ook dode dieren en uitscheiding van mens en dier. Bij gebrek aan voedsel eten ze ook papier, leer e.d. Een (volwassen) Duitse kakkerlak kan 10 tot 40 dagen zonder voedsel leven.
Ontwikkeling
Volwassen wijfjes produceren gemiddeld 4-8 eipakketjes in hun leven, welke gedurende 2 tot 5 weken (afhankelijk van de omgevingstemperatuur) aan het achterlijf mee wordt gedragen. De eipakketjes worden vlak voordat de larven uitkomen op willekeurige plaatsen afgezet. Een eipakket bevat gemiddeld 30 eitjes. Een Duitse kakkerlakechtpaar kan in een jaar wel voor honderdduizend nakomelingen zorgen. Een Duitse kakkerlak leeft gemiddeld 8 maanden.
Schade
Ze bevuilen onder meer voedsel door het verspreiden van onder meer bacteriën en mijten en ze verslepen smetstoffen (salmonellosen). Ze verspreiden een onaangename geur door uitscheiding van de rugklier. In de grote aantallen waarin ze voor kunnen komen, kunnen ze uitermate hinderlijk zijn.
Wering
Preventieve maatregelen zijn onontbeerlijk. Bij overlast met Duitse kakkerlakken is het belangrijk het gebouw/woning goed te ventileren en de temperatuur zo laag mogelijk te houden. Een temperatuur van -4 ºC gedurende ca. 12 uur is doorgaans fataal. Het is belangrijk om goederen op kakkerlakken te controleren voordat u deze in huis haalt. Voedsel en afval dient goed opgeborgen te worden zodat kakkerlakken er niet bij kunnen komen. Berg restanten voedsel op in voorraadbussen/dozen. Levensmiddelen dienen op koele plaatsen opgeslagen te worden. Reinig de keuken grondig en regelmatig. Kieren, naden en doorvoeropeningen van leidingen dienen afgedicht te worden.
Bestrijding
Na een grondige inspectie door de bestrijdingsdeskundige in het pand/ruimte, eventueel met behulp van feromoonvallen, wordt een lokaasgel toegepast welke op alle mogelijke schuilplaatsen aangebracht wordt. Ook kunnen lijmvallen geplaatst worden. Na 2 tot 4 weken zal (meestal) nog een nabehandeling plaatsvinden.
|