Plaagdieren
Insecten - Kleermot
KLEERMOT
Tineola bisselliella Hummel
Uiterlijk
- Lichaamslengte 7 - 8 mm, spanwijdte 11 - 17 mm.
- Geelachtige, grauwe voorvleugels en de achtervleugels zijn iets lichter van kleur
- De larve is 10 mm lang en gebroken wit van kleur
Algemeen
De kleermot is oorspronkelijk afkomstig uit warme streken. In Nederland komt de kleermot niet in de vrije natuur voor. Dit in tegenstelling tot de nauw aan de kleermot verwante pelsmot (Tinea pellionella Linneaus). De pelsmot is van de kleermot te onderscheiden door de driedonkere stippen die de pelsmot op de voorvleugels heeft.
Leefwijze
Kleermotten vliegen alleen 's avonds. De mot richt geen schade aan, maar alleen de larve. Ze kunnen verspreid door de woning/ruimtes aangetroffen worden.
Ontwikkeling
Een kleermotwijfje legt 50 - 100 kleine, ovale eitjes op stoffen die voor de larven als voedsel geschikt zijn (wol, bont, veren). De eitjes komen na 8 - 12 dagen uit. De larven van de kleermot leven in zelf gesponnen buisjes of tunneltjes die ze tijdens hun groei steeds vergroten. Afhankelijk van de temperatuur en voedsel zijn de larven na 4 - 10 maanden volgroeid, waarna ze zich gaan verpoppen. Dit kan op een andere plaats zijn dan waar ze tot dusver hebben geleefd. Na 2 - 3 weken komen de volwassen motten (imago's) uit de poppen tevoorschijn. Dit vindt voornamelijk in juni plaats, maar met de juiste omgevingstemperatuur (in gebouwen) kan dit het hele jaar door.
Schade
De kleermot richt geen schade aan, maar de larven wel. De aantasting van materialen vindt plaats op donkere, rustige plaatsen zoals in kasten, dozen met oude kleding, vloerkleding e.d. Motten geven de voorkeur aan textiel met vetvlekken of transpiratievlekken en richten hoofdzakelijk schade aan materialen zoals wol, bont en veren.
Wering
Preventieve maatregelen zijn onontbeerlijk. Bij overlast door kleermotten is het belangrijk dat de volgende zaken in acht worden genomen:
- Kleding e.d. schoonhouden; regelmatig laten luchten en in de zon hangen
- Kleding in kasten goed uit elkaar hangen
- (vloer)kleden, textiel, dekens en kledingstukken die niet regelmatig gebruikt worden moeten in goed sluitende plastic zakken verpakt worden of in kisten die goed afgedicht kunnen worden.
Bestrijding
Een plaagdierbestrijding is een zaak van goede vakkennis en het gebruik van de juiste bestrijdingsmiddelen.
Bij een goede wering van kleermotten is bestrijding noodzakelijk. Voor een effectieve bestrijding moeten eerst de voornaamste broedplaatsen (wand-/vloerkleden, kledingstukken e.d.) opgespoord en opgeruimd worden. Kleding en ander textiel dat is aangetast moeten gereinigd worden (min. 30 minuten op 60ºC) of in een vrieskist of vrieskamer opgeslagen worden (4 dagen bij -20ºC). Textiel mag niet met bestrijdingsmiddelen behandeld worden. Alle andere mogelijke schuilplaatsen worden bespoten met een residueel werkend insecticide. Deze voor insecten giftige middelen laten op de behandelde plaatsen een residu achter dat zijn werking nog tot enkele maanden na de bestrijding behoudt. Het is belangrijk dat deze plaatsen, op aanwijzing van de bestrijdingsdeskundige van PPN, door de gebruiker(s) van het betreffende pand vóór aanvang van de behandeling goed bereikbaar worden gemaakt. Tijdens de behandeling en twee uur daarna mag niemand in de behandelde ruimte(n) aanwezig zijn en dienen de ruimtes daarna goed geventileerd te worden. Na 6-8 weken en na 3-4 maanden volgt een controle en volgt zonodig een nabehandeling.
Wat kan PPN hierin voor u betekenen?
Voorkomen is beter dan genezen, vandaar dat naast bestrijding, ook preventie bij PPN hoog in het vaandel staat. De bestrijdingsdeskundige en bestrijdingstechnici van Plaagdier Preventie Nederland met hun gedegen jarenlange vakkennis op dit gebied helpen u graag in de strijd tegen kleermotten.
|