Plaagdieren
Insecten - Bedwants
BEDWANTS
Cimex lectularuis L.
Uiterlijk
- Lichaamslengte 4,5 - 8,5 mm lang (vrouwtjes), de mannetjes zijn gemiddeld wat kleiner
- Sterk afgeplat, ovaalvormig (bijna rond) lichaam
- Roodbruin van kleur
- Voorvleugels zijn slechts in aanleg aanwezig en de achtervleugels ontbreken
Algemeen
De bedwants dankt zijn naam aan het feit dat hij zich voornamelijk ophoudt in de buurt van een bed. Voornamelijk in naden en kieren van bedden, in zomen van beddengoed, matrassen, gordijnen maar ook achter plinten, vloerkleden en schilderijen. Een beet van een bedwants is onmiddellijk merkbaar. De beet zwelt op en het slachtoffer heeft last van hevige jeuk. Personen die (over)gevoelig zijn voor de beten van een bedwants kunnen zelfs ziek worden van de beet, als zij vaak gestoken zijn.
Leefwijze
De bedwants is lichtschuw en is derhalve pas 's avonds actief. Het diertje voedt zich met bloed van mensen of dat van andere zoogdieren en vogels. Na hun bloedmaaltijd trekken ze zich weer terug in hun schuilplaats. Bij een omgevingstemperatuur van 15 - 18°C kunnen de dieren meer dan 6 maanden zonder voedsel. Als zij hongerig zijn kunnen ze relatief grote afstanden afleggen om een "gastheer" te vinden. Bij een temperatuur beneden de 15°C gaan ze in "winterslaap", waarbij zij langdurige vorstperioden kunnen overleven.
Ontwikkeling
Het vrouwtje legt gemiddeld 100 á 200 witgele eitjes. Bij optimale temperaturen ( 25°C ) kunnen dit er wel 500 zijn. De eitjes worden met een in water oplosbaar secreet o.a. in kieren van meubels, bedden, wanden, kledingstukken en gordijnen gekleefd. Bij kamertemperatuur komen de eitjes na 15 - 22 dagen uit. Na ca. 1 1/2 maand zijn de insecten volwassen. Een bedwants leeft ongeveer een jaar.
Bestrijding
Bedwantsen verspreiden zich naar aangrenzende woningen via scheuren en naden in muren of via doorvoeropeningen van leidingen. De verspreiding vindt echter ook in belangrijke mate plaats via bagage, transport van gebruikt meubilair en gebruik van sloophout uit gebouwen waarin bedwantsen aanwezig zijn. Bij de bestrijding zal men met deze aspecten zeker rekening moeten houden. Uit de leefwijze volgt, dat als er met de inventaris uit de te behandelen woning, alsmede kleding, beddengoed etc. niet zeer zorgvuldig wordt gehandeld, bedwantsen gemakkelijk verspreid kunnen worden. Na het constateren van bedwantsen dient men deze goederen dan ook niet uit de woning of uit de te behandelen ruimten te verplaatsen, voordat een bestrijding heeft plaatsgevonden. Een plaagdierbestrijding is een zaak van goede vakkennis en het gebruik van de juiste bestrijdingsmiddelen. Voor een effectieve bestrijding moet eerst vastgesteld worden in hoeverre de verspreiding van bedwantsen naar aangrenzende ruimtes/woningen heeft plaatsgevonden. Daarna worden de broedplaatsen opgespoord. Deze en alle andere mogelijke schuilplaatsen worden bespoten met een residueel werkend insecticide. Deze voor insecten giftige middelen laten op de behandelde plaatsen een residu achter dat zijn werking nog tot enkele maanden na de bestrijding behoudt. Na de bestrijdingsactie dient het beddengoed te worden gewassen of anderszins te worden gereinigd. Tijdens de behandeling en twee uur daarna mag niemand in de behandelde ruimte(n) aanwezig zijn en dienen de ruimtes daarna goed geventileerd te worden. Na 6-8 weken en na 3-4 maanden volgt een controle en volgt zonodig een nabehandeling.
|